Stichtingen in de NFF

Volgens onze Statuten kunnen stichtingen ook lid worden van de NFF, net als verenigingen. Dat staat in artikel 4, lid 2.
Volgens artikel 16, punt 4.3 betalen stichtingen een verhoogde contributie en heeft elke stichting slechts één stem.
Ook waar in de Statuten gesproken wordt over de vorming van districts-besturen, worden vertegenwoordigers van stichtingen genoemd als mogelijke kandidaten.
In het Huishoudelijk Reglement worden verenigingen en stichtingen een paar keer samen genoemd.

Overwegingen

Als NFF zijn we open en democratisch; onze leden bepalen het beleid en controleren het bestuur. Wij zijn er voorstander van dat dat ook bij de lid-organisaties op die manier werkt. Bij verenigingen zijn de voorwaarden daarvoor aanwezig en zelfs wettelijk gegarandeerd. Bij een stichting is dat niet zo.

Een stichting kent per definitie geen leden. De licentiehouders (rijders) die bij een dergelijke stichting zijn betrokken hebben dus geen directe invloed op het beleid van zo’n stichting, tenzij ze zelf in het stichtingsbestuur zitting hebben. Dat een stichtingsbestuur zou bestaan uit alle aangesloten rijders (of hun ouders) is zeer onwaarschijnlijk.

Het lijkt dus logisch dat we als NFF aan de verenigingsvorm de voorkeur geven, boven de stichtingsvorm. Als we geen handvatten hebben om dergelijke stichtingen tegen te houden, zouden we op zijn minst beleid kunnen voeren om het gebruik van stichtingen te ontmoedigen.
Een ontmoedigingsbeleid zou kunnen bestaan uit twee aspecten: inperken van de faciliteiten voor stichtingen en kostenverhoging. Inperken van faciliteiten wordt al gedaan doordat stichtingen slechts één stem hebben in de Federatieraad, ongeacht het aantal aangesloten rijders. Blijft over een financiele drempel.
Dit besluit betekent tevens een praktische uitwerking van Art. 16, 4.3.

Besluit

De Federatieraad heeft besloten de contributie voor stichtingen als volgt te regelen:
Een jaarlijkse contributie die gelijk is aan het dubbele bedrag dat verenigingen verschuldigd zijn, verhoogd met een bedrag per aangesloten federatiekaart-houder ter grootte van het dubbele bedrag van een federatiekaart.

Praktijk voorbeeld

De contributie voor verenigingen is op dit moment € 25,00. En de kosten van een Federatekaart zijn € 10,00.
Dat betekent dat een stichting met 12 Federatiekaart-houders € 290,00 contributie moet betalen,
want:
2 x €25,00 (dubbele contributie) = €50,00
verhoogd met 12 x 2 x €10,00 (12 x dubbele Federatiekaart-kosten) = €240,00.
€50,00 + €240,00 = €290,00