Eisen die aan de fietscrossbaan worden gesteld

Secretariaat NFF

Monique Broekmeulen,
email: secretaris@fietscross.org
Adres:
Schippersstraat 12
5331 VK Kerkdriel
gsm: 06-42 54 13 15

De baan

Parc fermé

  • Het wedstrijdcircuit dient uitgezet te worden op een grondsoort die compact van structuur is. 
  • Voldoende snelheid moet kunnen worden behaald om de wedstrijd ook voor de jongsten aantrekkelijk te laten zijn.
  •  
  • Outdoor wedstrijden: voor een fietscross-baan is een oppervlakte van ca. 50 x 60 meter noodzakelijk.
  •  
  • Indoorwedstrijden: voor een indoor-baan moet de oppervlakte minimaal 25 x 50 meter zijn.
  •  
  • Het circuit dient rondom afgezet te zijn, zodat niemand ‘zomaar’ op de baan terecht kan komen.
  •  
  • De lengte van de baan dient minimaal 250 meter te zijn.
    Indoorbanen moeten minimaal 150 meter lang zijn.
  • Parc fermé is verplicht achter of naast de startheuvel.

  • Het parc-fermé moet minimaal 6 opstelrijen hebben.

Starten

Circuit

  • Startheuvel outdoor: de startheuvel moet minimaal 1,50 meter hoog en ca 8.00 meter breed zijn.
  •  
  • Breedte: minimaal 90 cm per startplaats (aanbevolen wordt 1 meter), plus aan beide buitenkanten 50 cm vrije ruimte (bij 6 startplaatsen dus 5,2 meter, bij 8 startplaatsen 6,8 meter)
  •  
  • Oppervlak startheuvel dient geasfalteerd dan wel bestraat te zijn en schuin op te lopen en wel op een dusdanige wijze, dat het achterwiel ongeveer 30 cm. hoger staat dan het voorwiel, als de renner van start gaat.
  •  
  • Starthek is verplicht en moet een minimale lengte hebben van ca. 6,5 meter.
  •  
  • Als het starthek bestaat uit een geraamte met daarin de startplaatsen, dan moet de ruimte tussen de startplaatsen degelijk gesloten zijn.
  •  
  • Voor nationale wedstrijden, zowel in- als outdoor, moet het starthek minimaal 50 cm hoog zijn en haaks op de starthelling staan.

  • Startposities dienen op de opstelzijde van het hek te worden aangebracht.

  • Bediening van het starthek moet door 1 persoon gebeuren. 
  • De starter geeft eveneens de commando’s. Indien van een elektronisch-magnetisch starthek gebruik wordt gemaakt, dient tevens mechanische bediening mogelijk te zijn.
  •  
  • Indien de constructie van het starthek niet toelaat dat op een andere soort bediening wordt overgeschakeld, dienen in ieder geval voldoende maatregelen te zijn genomen om functioneren tijdens een gehele wedstrijddag te waarborgen.
    Dat houdt onder andere in dat er reserve-onderdelen of reserve-materiaal aanwezig moet zijn (bv. Compressor, aggregaat, voicebox).
  •  
  • Startterrein minimaal 6.00 meter breed bij zes (6) startposities cq. 8.00 meter breed bij acht (8) startposities.
  •  
  • Afstand tot de eerste bocht moet minimaal 45 meter bedragen.
  • Minimale breedte bij het ingaan van de eerste bocht: ca 5 meter breed zijn. 
  • Deze breedte blijft gehandhaafd tot op het moment waarop de bocht overgaat in het volgende rechte stuk en mag dan geleidelijk worden teruggebracht tot ca. 3 meter.
  •  
  • Uitgaande van het maximale aantal toegestane renners aan de start nl. acht (8), dient de baan over de verdere lengte ca. 3 meter breed te zijn, met uitzondering van de (kom)bochten, die in het centrum ca 5.00 meter breed dienen te zijn.
  •  
  • Loodrechte afsprongen van meer dan 40 cm mogen niet voorkomen in een fietscrosscircuit.
  •  
  • De finishlijn dient gemarkeerd te zijn.
  •  
  • Achter de finishlijn dient een fuik aanwezig te zijn, met een lengte van 15 meter.
  •  
  • Markering wedstrijdbaan moet zodanig zijn uitgevoerd dat geen delen van de markering meer dan 20 cm boven het baanoppervlak uitsteken.
  •  
  • Verder moet er voor de rijders de mogelijkheid zijn om, in geval van nood, de baan te kunnen verlaten.
  •  
  • Obstakels, zoals palen en afzettingen, dienen zo mogelijk minimaal 2.00 meter uit de zijkant van de baan te worden geplaatst. Als dit door omstandigheden niet mogelijk is, dienen deze obstakels op een deugdelijke manier te zijn afgeschermd.